Geschiedenis van Hees

Het ontstaan van Hees

Het dorp Hees is ontstaan in de middeleeuwen en was onderdeel van het Schependom Nijmegen. Dankzij vruchtbare gronden ontwikkelt het zich tot het landbouwgebied van Nijmegen. Vanaf de 17e eeuw is het gebied ontgonnen en vestigen stadsbewoners zich hier in verbouwde boerderijen of nieuwe buitenverblijven. In de negentiende eeuw was Hees een dorp met twee bevolkingsgroepen: tuinders en welgestelden op zoek naar rust. De meeste tuinders waren eigenaar van chique kwekerijen en bloemisterijen. Deze tuinders onderhielden ook de tuinen van de villa’s en buitens van oud-kolonialen uit Nederlands-Indië en renteniers, die zich vanaf het begin van de negentiende eeuw in het rustige Hees vestigden. Veel buitenplaatsen zijn verdwenen, slechts een klein aantal heeft zich gehandhaafd in de omgeving van de Kerkstraat, Kerkpad en Bredestraat. Andere landgoederen werden aangekocht door kloosterorden voor hun kloosters, pensions en scholen.
Sinds 1889 verbond een stoom tram, en sinds 1922 een elektrische tram, Hees met het centrum van Nijmegen. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd deze lijn opgeheven.
De aanleg van het Maas-Waalkanaal in 1927 betekende een kentering voor de ontwikkeling van het dorp. Door de aanleg daalde het grondwaterpeil, waardoor het gebied niet meer geschikt was voor de tuinbouw. Bovendien werden havens aangelegd en vestigde de industrie (PGEM) zich aan het kanaal. Het karakter van het gebied rond het dorp veranderde van een agrarisch gebied aan de rand van de stad, naar een arbeiderswijk in de stad. Pal tegen het dorpje Hees werd de wijk Heseveld geboren. Het karakter van het oude dorpje Hees bleef echter behouden.

Het uitbreiding- en Structuurplan Heseveld uit 1950

De stijgende vraag naar woningen na de oorlog maakte de planning van nieuwe woongebieden in Nijmegen noodzakelijk. Onder leiding van ir. A. Siebers en ir. B. Fokkinga ontwierp de afdeling Stedenbouw een Structuurplan voor de stad als geheel, en uitbreidingsplannen voor de afzonderlijke woonwijken. Het Structuurplan van 1951 was een lange termijnvisie voor de ontwikkeling van het gemeentelijk grondgebied waarvan verwacht werd dat het in 1975 geheel verstedelijkt zou zijn. Daarbij veronderstelde de gemeente dat de Nijmeegse bevolking zou doorgroeien tot 150.000 inwoners in 1975. De benodigde 20.000 nieuwe woningen werden in het Structuurplan ondergebracht in twee soorten woonwijken: stedelijke ‘uitstralingsgebieden’ tegen de bestaande stad en dorpse ‘satellieten’ aan de stadsrand. De uitstralingsgebieden Heseveld, Hatertse Hei, Grootstal, Galgenveld en Broersveld moesten vergroeien met de vooroorlogse stadsdelen en zouden een relatief hoge bebouwingsdichtheid moeten krijgen. De satellieten Neerbosch, Brakkenstein en Hatert waren gedacht als zelfstandige en groen omzoomde wijken met een lage bebouwingsdichtheid. Hiermee werd gestreefd naar een geleidelijke overgang van de stad naar het landschappelijk buitengebied. Een samenhangend netwerk van radiale invalswegen, ringwegen en hartaders (hoofdwegen door de wijken) verbond de wijken onderling.
De gronden langs het Maas-Waalkanaal en de havens waren sinds de aanleg van het kanaal minder geschikt voor de landbouw omdat door het kanaal het grondwaterpeil was gedaald. Het lag daardoor voor de hand dat Nijmegen zich in westelijke richting zou uitbreiden. De westflank van Nijmegen, nabij het Maas-Waalkanaal, moest de werkstad worden, de oostflank de woonstad.
In het Structuurplan stond het stedenbouwkundige en sociaal-maatschappelijk concept van de wijkgedachte centraal. De wijkgedachte was tijdens de oorlog in Rotterdam ontwikkeld vanuit de overtuiging dat de ongestructureerd uitdijende stad een belemmering vormde voor een gezonde ontplooiing van het individu en het ontstaan van een hecht gemeenschapsleven. De wijkgedachte was daarom gebaseerd op een hiërarchische indeling van de stad in overzichtelijke buurten (2.000 à 4.000 inwoners), wijken (20.000 inwoners) en stadsdelen (variabel). Elke wijk zou uit diverse woningtypen voor de verschillende sociale klassen en leeftijdscategorieën moeten bestaan. Een dergelijke wijk had voldoende draagvlak voor een volledig voorzieningenpakket, dat wil zeggen een winkelcentrum, kleine bedrijfsruimten, parken, wasgelegenheden, wijkhuis, horeca, spel- en sportvoorzieningen, scholen, gemeenschapshuis en kerken. Deze voorzieningen boden de mogelijkheid om de sociale banden van het individu in het gezin, op school, op het werk en in het verenigingsleven binnen één wijk tot onderling verband te brengen, zo was de gedachte. De opzet en programmering van de Rotterdamse wijkgedachte was te grootschalig voor de relatief kleine uitstralingsgebieden in Nijmegen. Er was in West geen terrein meer voorhanden waar een wijk van ca. 20.000 inwoners geformeerd kon worden. Toch wilde men er naar streven het ideaal van de wijkgedachte zo volledig mogelijk te verwezenlijken, temeer omdat in de vooroorlogse wijken veel voorzieningen ontbraken.

De wijkgedachte

Daarom werd de wijkgedachte in het Structuurplan toegepast op het schaalniveau van de stadsdelen. De wijk werd opgevat als een verzameling van vier of vijf duidelijk te onderscheiden woonbuurten rondom een centraal parochiecomplex (kerk, scholen, verenigingsgebouwen).
Het Uitbreidingsplan ‘Nijmegen West’ uit 1950 maakte deel uit van het Structuurplan, dat een jaar later werd goedgekeurd. Het bestreek een volledig stadsdeel en had enerzijds betrekking op de voltooiing van de vooroorlogse uitbreidingen Waterkwartier en Wolfskuil (Oud West) en anderzijds op de aanleg van de nieuwe woonwijk Heseveld (Nieuw West).
Het geplande aantal woningen bedroeg 1400 eengezinswoningen, 1000 etagewoningen in drie bouwlagen en 280 woningen in acht bouwlagen nabij het park. Hiervan was ca. 80 % bestemd voor arbeiders. Slechts enkele woningen langs de hoofdwegen en de flats aan het park waren bestemd voor de middenstand. Het totaal aantal inwoners van Heseveld werd geschat op 11.500. Het parochiecentrum domineerde het midden van het plan.

Het park tegen de dorpskern Hees

Een park was geprojecteerd in het noordelijk deel tegen het dorpje Hees. Aan de Molenweg was een winkelcentrum geprojecteerd nabij het centraal in de wijk ontworpen Rooms Katholieke parochiecentrum. Tegenover het winkelcentrum waren aan de rand van een wijkpark enkele flats voor middenstanders gedacht. Bij de bouw van Heseveld tussen 1950 en 1965 is het Uitbreidingsplan Nijmegen-West op hoofdlijnen gevolgd en op onderdelen sterk gewijzigd. Het beeld van de wijk wordt in hoge mate bepaald door vier woonbuurten (waarvan twee buurten één eenheid vormen), elk met een eigen identiteit.

In januari 1951 besloot het College van B & W een gedeelte van Heseveld voor “Nijmegen” te bestemmen. Op aanraden van ir. B. Fokkinga (destijds hoofd van de afdeling Stedebouw), die zijn advies baseerde op een woningbouwcomplex te Roosendaal, gaf Woningvereniging “Nijmegen” het architectenbureau A. Evers & G.J.M. Sarlemijn opdracht tot het ontwerpen van een bebouwingsplan voor dit terrein. Het bureau tekende dus niet alleen de plattegronden en gevels van de woningen, maar bepaalde ook de stedenbouwkundige opzet van de wooncomplexen. In de zomer van 1951 presenteerde dit bureau een plan voor de Afrikabuurt, de eerste van uiteindelijk vier complexen. Het complex telde 252 woningen in gemengde laag- en etagebouw en een collectieve wasgelegenheid. Het werd gebouwd in 1952-1953. De Bouwmeestersbuurt, ten noorden van het eerste complex, had een omvang van 377 woningen met 6 winkels en voorzag wederom in een gemengde bebouwing van laag- en etagebouw. De bouw hiervan begon in 1953 en duurde tot 1955. Nog voordat het eerste complex voltooid en de bouw van het tweede complex begonnen was, werden plannen ontwikkeld voor een derde complex van 62 eengezins woningen in het kader van de krotopruiming. Het eerste ontwerp van het derde complex werd afgekeurd vanwege de hofverkaveling, waarbij de woningen rondom een binnenhof lagen. Deze opzet werd afgewezen omdat de achtergevels en -tuinen naar de straat waren gericht en een rommelige aanblik zouden geven. Het plan werd daarom omgewerkt naar een traditionele verkaveling van half-gesloten blokken met geopende hoeken. De bouw duurde van 1954 tot 1955. In het voorjaar van 1955 presenteerden Evers en Sarlemijn voor het laatste stukje van het bouwterrein een plan met 79 woningen en 3 winkels in laagbouw. Vanwege financieringsmoeilijkheden liet de bouw ongeveer een jaar op zich wachten. In 1957 kwamen de laatste woningen van het vierde complex voor bewoning gereed.

 

Het boek Geschiedenis van Hees.

Van dorp naar groene stadswijk, 1196 -2011

Jan Brauer en Henk Termeer (redactie)

 

Zoals wellicht bekend, was het boek,  zelfs in een tweede oplage, in een mum van tijd uitverkocht. Er zijn nu geen boeken meer beschikbaar.

Vanaf 11-07-2013 is het boek in te zien op deze site. Het laden kan dan wel enkele minuten duren, maar uw wachten zal wel beloond worden...

 

Als u op onderstaande link klikt verschijnt er eerst een foto van Sancta Maria in onze wijk en het scherm lijkt te bevriezen, toch ziet u even later de voorpagina van het boek en weer wat later kunt u door het boek bladeren als de blauwe "bladerpijl" rechts van het boek verschijnt.

http://www.dorpsbelanghees.nl/heesbijnijmegen

 

 

 

Bovenstaande tekst is naar eigen inzicht door J. Huybrechts in 2010 bewerkt.
Uittreksels, bronnen en kopieën: www2.Nijmegen.nl, Stratenlijst gemeente Nijmegen, Regionaal Archief Nijmegen.